Een gerobotiseerd werkende 6-versnellingsbak die een Opel Vectra vrijwel onmerkbaar laat schakelen? Een Amerikaanse motor in een Alfa? Een Saab met een V8? Het klinkt allemaal onwaarschijnlijk, maar in de ontwikkelingsafdelingen is het al werkelijkheid.
door Rob van GinnekenOver de vraag hoefden we niet lang na te denken. Of we belangstelling hadden om een kijkje te nemen op de Milford Proving Grounds in de VS? Op het ruim 500 kilometer lange netwerk van testbanen worden de toekomstige modellen van General Motors en zijn partners als Fiat in het grootste geheim aan de tand gevoeld.
En zo staan we op een wat nevelige ochtend even buiten Detroit naar een bont gezelschap van testauto's te kijken. Onze camera is net door een beveiligingsbeambte in bewaring genomen. We beginnen met de nieuwe DCT-transmissie die volgend jaar in de Opel Vectra debuteert. Voor de gelegenheid verstopt in een Chevrolet.
Het blijkt meteen een van de meest interessante kennismakingen te zijn. De DCT lijkt een doorontwikkeling van de Alfa Romeo Selespeed. Hij schakelt dus gerobotiseerd wanneer je een heveltje op het stuur indrukt, maar werkt aanzienlijk verfijnder dan de huidige techniek. De schakelpauzes die we kennen van de Selespeed en van bijvoorbeeld de huidige Opel Easytronic zijn namelijk compleet verdwenen.
Het schakelen verloopt zo gladjes dat we op het informatieschermpje opeens een '6' zien staan, terwijl we er toch heus van overtuigd waren pas in de vierde versnelling te zijn aangeland. Hoe dat kan? Het antwoord blijkt verrassend simpel: de DCT heeft niet een, maar twee automatisch werkende koppelingen die de versnellingen als het ware in eendrachtige samenwerking in elkaar laten overvloeien. Een absolute vondst.
Overigens schijnt ook Volkswagen volgend jaar met iets dergelijks te komen. Hoe dan ook: het is nog maar de eerste van tientallen interessante noviteiten. Waaronder zelfs één met een Nederlands accent. Er staat voor de middenklasse modellen van Opel en Fiat ook een CVT-automaat klaar, met Tilburgse Van Doorne techniek.
Directe inspuiting
Hoog tijd om eens naar de imposante serie toekomstige motoren te kijken.
Even later snorren we rond met een van de twee bestaande 7.5 liter
Cadillac V12 motoren. De 500 pk sterke krachtbron die de liefhebbers
kennen uit het Cadillac Cien supersportwagen-prototype. Hij loopt
-nauwelijks verwonderlijk- als een turbine en neemt enorme stappen.
Door de Europese bril bezien is de kennismaking met een ander prototype nog interessanter: een Saab 9-5 met een nieuwe V8-motor en -schatten we zo- het nieuwe onderstel dat over een paar jaar wordt gelanceerd. Van deze motor bestaan overigens nog maar drie exemplaren. De combinatie blijkt verbluffend goed te klikken. Waarom ook niet? Uiteindelijk heeft het GM concern Saab ooit gekocht als Europese opponent voor BMW en Mercedes. De 4.3-liter V8 is zo compact dat hij over een jaar of drie ook wel eens in de opvolger van de Opel Omega terecht zou kunnen komen. Net als alle andere motoren waarmee we op de Milford-testbaan kunnen rijden zijn de Cadillac en de Saab voorzien van een netjes werkende directe benzine-injectie DI-G. Overduidelijk de koers van de toekomst.
Dat merken we ook bij een kennismaking met een andere krachtbron: de ultramoderne V6 3.6 die in 2004 debuteert. Hij vormt het startschot voor een complete range van V6-motoren, van 2.8 tot 3.8 liter. En hij is ook voorbestemd om onder de motorkap van Alfa Romeo zijn werk te doen. De kruisbestuiving van Fiat Auto en Opel neemt in de komende jaren dus zeer tastbare vormen aan. Nog een voorbeeld: na de Alfa's met directe benzine inspuiting (JTS) zal die techniek volgend jaar in een vergelijkbare vorm debuteren in de Opel Signum 2.2. Kenners weten dan genoeg: het samenwerkingsverband Fiat-GM kiest (net als Alfa Romeo) dus niét voor ingewikkelde oplossingen met zogenaamde arm mengseltechnieken. Want zolang zwavelvrije benzine nog niet algemeen beschikbaar is heeft dat weinig zin. Die bal ligt al een tijdje bij de overheden en de oliemaatschappijen.
Tussen nu en pakweg twee jaar schakelt de hele samenwerkende Europese groep -van Opel via Fiat tot Saab- voor alle motoren boven 1.6 over op JTS en DI-G techniek. Die worden daarmee in één klap pakweg 10% zuiniger dan bestaande. Voor de lichte motoren is DI-G nog te kostbaar, maar ook daar worden nieuwe systemen gelanceerd. Zo heeft de Astra 1.6 eind dit jaar al de primeur van Twinport, een speciaal inspuitsysteem dat ook al zo'n 6% brandstof bespaart.
Alle beetjes helpen, lijkt het devies. Maar hoe zwaar al die stapjes vooruit echt doortellen, wordt pas duidelijk als je weet dat GM met zijn partners een kwart van alle geproduceerde motoren ter wereld voor hun rekening nemen.
Bron: GPD