Merken

Citroen is een Frans automerk, opgericht in 1919 door André Citroën.

Ondanks dat Andre geboren is in Parijs en de naam wordt uitgesproken als Citroën, is de naam van origine Nederlands. De vader van Andre (Levie Citroen) is namelijk een Hollander. Andre Citroen was eigenaar van een wapenfabriek en zag in dat wanneer de Eerste Wereldoorlog af zou lopen, hij een ander product moest fabriceren. Rond die tijd waren er wel auto’s, maar ze waren zeldzaam. Auto’s waren vaak groot, duur en werden met de hand gebouwd. De visie van André Citroën was dat een kleine, lichte auto goedkoper was om te fabriceren en dus voordeliger voor de consument. Die auto was de Citroen Type A 8CV. Vlak voordat André Citroën komt te overlijden ziet de Traction Avant het levenslicht, een auto zoals wij deze eigenlijk nog steeds kennen: voorwielaandrijving, onafhankelijke wielophanging en zelfdragende carrosserie. Citroen had zijn naam gemaakt als innovatieve fabrikant.

citroen-traction-avant-grey-side-1934-775.jpg

Een van de belangrijkste wapenfeiten in de historie van Citroen is de 2CV, ook wel liefkozend ‘Eend’ genoemd. De 2CV is ontworpen als basaal vervoer voor mensen woonachtig op het platteland. De auto moest goedkoop, simpel, comfortabel en eenvoudig te repareren zijn. Dat lukte wonderbaarlijk goed. De auto werd in 1948 in productie genomen en hield het uit tot 1990. In de tussentijd werd de 2CV wel iets aangepast, maar de basis bleef altijd gelijk. Een andere innovatieve auto die enorm lang in productie was, was de DS. In tegenstelling tot de 2CV was de DS een uiterst ruime en luxueuze auto. De Citroen DS was om meerdere reden revolutionair. Ten eerste het design; de lange, lage koets was destijds zeer bijzonder en herkenbaar. Ook had de DS een semi-automatische transmissie (de bestuurder hoefde niet te koppelen) en hydropneumatische vering. In plaats van schroefveren had de DS een systeem waarmee de auto bijzonder comfortabel was. Deze auto was de blauwdruk voor vele Citroëns die zouden volgen. Citroën ontwikkelde en fabriceerde bijzondere auto’s als de GX, CX en SM. Het automerk Maserati werd gekocht en Citroën zette vol in op de rotatiemotor. Gecombineerd met de oliecrisis van 1973 zorgde het ervoor dat Citroen bankroet raakte.

citroen-2cv-ds-front-side-1955-775.jpg

Vanaf dat moment begon Peugeot zich met Citroen te bemoeien. De Franse overheid voorzag grote problemen met massa-ontslagen en arrangeerde de onderhandelingen. In 1976 naam Peugeot het merendeel van aandelen in handen en veranderde het een en ander. Citroën was eigenwijs, innovatief en bijzonder. Dat was zowel hun USP als hun grote zwakte. Daarom werd het geleidelijk iets minder extravagant qua styling en techniek. Bij veel modellen zou de luchtvering overigens blijven, maar de onderstellen, transmissies en motoren kwamen nu bij Peugeot vandaan. Enerzijds was dit voor de merkpurist heiligschennis, aan de andere kant: voor veel mensen was een Citroen nu wel interessant.

citroen-bx-leader-grey-side-1982-775.jpg

In de jaren ’90 zwakte de extravagantie nog verder af. De markt was ook aan het veranderen. De 2CV voldeed niet aan de moderne eisen qua veiligheid. Ook werd de naamgeving aangepakt. In plaats van een letter plus een X (AX, BX, XM) krijgen de modellen een naam met de X erin (Saxo, Xsara, Xantia). Ondanks dat de auto’s niet zo bijzonder als voorheen zijn, verkopen ze uitstekend. Een stukje eigenwijsheid van Citroen is in 1996 te zien met de Berlingo. Technisch gezien was de auto gelijk aan een Citroen ZX, maar de auto kende een hoge opbouw aan de achterzijde. De Berlingo Multispace bood plaats aan vijf personen en een hele hoop bagageruimte. Er was ook een grijs-kenteken uitvoering. Tot voorheen waren dit B-segment auto’s met een bak erachter, de Berlingo was er specifiek voor ontworpen en bood betere rijeigenschappen, zitpositie en laadruimte.

citroen-berligo-multispace-blue-front-side-1996-775.jpg

Na de eeuwwisseling worden de teugels weer iets gevierd en Citroen mag weer bijzondere auto’s maken. Nogmaals wordt de naamgeving veranderd: de namen met ‘X’ maken plaats voor een ‘C’ en een letter om aan te geven waar de auto staan in het gamma. De eerste auto met het de nieuwe benaming is de opvolger van de Xantia, de C5. De C5 valt nog in de middenklasse en is derhalve niet te extravagant, maar de rest van de range wordt dat wel. In de compactere klassen biedt Citroen de C2 en C3 aan. Beide staan op hetzelfde platform, maar de auto’s hebben duidelijk hun eigen karakter. De vijfdeurs C3 is praktisch, comfortabel en heeft een hogere instap. De C2 is er alleen als driedeurs en is aanmerkelijk sportiever. De C3 wordt ook verkocht als ‘Pluriel’, een bijzondere combinatie van een cabriolet met afneembare dakbogen.

citroen-c3-range-vtr-xtr-grey-front-side-2006-775.jpg

Een maatje groter is de C4. Technisch gezien was de C4 gebaseerd op de Peugeot 307, maar het uiterlijk en interieur zijn compleet anders. Met name de driedeurs ziet er uitermate bijzonder uit met de sterk aflopende achterkant. De vijfdeurs is iets minder extrovert, maar valt nog steeds op met de hooggeplaatste achterlichten. In 2005 komt dan eindelijk de C6. Het is de opvolger van de XM, die intussen al 5 jaar niet meer gebouwd werd. Uiteraard heeft de C6 pneumatische vering. Ook zijn er andere gadgets verkrijgbaar, zoals een Head-Up Display, actieve cruise control en een JBL-audioinstallatie. De C6 wordt overigens geen succes. De C6 was erg duur en de auto concurreerde met name tegen Duitse Premium aanbieders als Audi, BMW of Mercedes-Benz.

citroends-grey-c6-black-front-side-2007-775.jpg

Mede daardoor ziet Citroen in dat de luxere en expressieve producten beter onder een andere naam verkocht kunnen worden. De eerste exponent in die range is de DS3, een compacte hatchback die rechtstreeks concurreert met de MINI Cooper, Audi A1 en Alfa Romeo MiTo. De DS3 blijkt een verkooptopper in zijn klasse. Omdat de DS3 erg goed verkoopt, wordt er een groter model toegevoegd. Deze DS4 is de luxe variant van de C4, alhoewel de twee qua uiterlijk bijna geen verwantschap tonen. In 2011 geeft Citroen dit succes een vervolg met de DS5, een luxe rijdende lounge. Om de Citroëns en DS’en meer van elkaar te onderscheiden wordt het merk separaat in de markt gezet en is ‘DS Automobiles’ een automerk geworden. Uiteraard blijven de reguliere Citroens in de showroom staan.

ds3-cabrio-ds5-ds4-ds3-grey-range-2016-775.jpg