Merken

De C1 is een kleine auto van Citroen.

Het blijft voor een fabrikant een hele uitdaging om een kleine auto in de markt te zetten. Dat heeft vooral te maken met de kleine marge, een stadsauto moet immers goedkoop zijn. Het nadeel is dat de ontwikkelingskosten niet veel lager uitvallen. In het geval van Citroen kwam het goed uit dat ze onder dezelfde vlag vallen als Peugeot. De Citroen Saxo en Peugeot 106 waren immers dezelfde auto’s, op een ander front en achterlichten na.

citroen-saxo-beige-front-side-2003-775.jpg

Voor de opvolger van de Saxo had Citroen de C2 en C3 al in de showrooms staan, maar de sportieve C2 en luxere C3 zaten aan de bovenkant van het marktsegment. Dat hield in dat er een enorm gat ónder de C2 was vrijgekomen. Ook Peugeot zat met dat probleem, onder de 206 was er een enorm gat. Toevallig had ook Toyota daarmee te maken. De opvolger van de Yaris zou groter en volwassener worden, waardoor ook daaronder een gat viel. Kortom, de drie merken konden wel wat voor elkaar betekenen. In het geval van Toyota al helemaal, want auto’s produceren in Japan en exporteren naar Europa is een vrij dure aangelegenheid. Toyota heeft in Japan diverse kleine auto’s in de aanbieding, maar die worden allemaal lokaal door Daihatsu gebouwd.

peugeot-107-toyota-aygo-citroen-c1-front-side-2005-775.jpg

De drie merken gingen samen om de tafel zitten. Het plan was om een gezamenlijk trio te maken, dat technisch identiek was en in dezelfde fabriek gebouwd werd, het liefste in Europa. Toyota was verantwoordelijk voor de techniek, terwijl Citroen en Peugeot (PSA) de fabriek, logistiek en gedeeltelijk het design regelden. In het geval van de Citroën C1 was Danato Coco verantwoordelijk voor het exterieurdesign. Ondanks de grote gelijkenissen moest de C1 duidelijk een Citroën zijn. De C1 paste precies in de lijn van de C2, C3 en C4, toevallig ook ontworpen door Donato Coco.

citroen-c1-c2-c3-c3-pluriel-front-side-2005.jpg

De Citroën C1 kwam in de zomer van 2005 op de markt en was leverbaar met een 1.0 driecilinder benzinemotor in twee luxe-uitvoeringen. De Seduction was echt een kale uitvoering in de geest van de Citroen 2CV, Fiat 500 of Volkswagen Kever. Je zat droog en kwam van A naar B, maar enige luxe hoefde je niet te verwachten. De ‘Ambiance’ was bijna 1.500 euro duurder (best veel op een autootje van krap 8 mille), maar had wel items als elektrische ramen, centrale deurvergrendeling, zij-airbags en stuurbekrachtiging aan boord. De 1.0 Ambiance kon eventueel met een automaat besteld worden. Voor de veelrijder was er zelfs een 1.4 HDi dieselmotor.

citroen-c1-3-door-red-front-side-2006-775.jpg

In 2008 kreeg de Citroën een bescheiden facelift. De bumpers waren nieuw en ook de grille werd herzien. In het interieur scheelde het slechts op details. Er was nu wel mogelijkheid voor een externe AUX-aansluiting. De dieselmotor werd voor Nederland geschrapt, want deze was te duur. De 1.0 driecilinder bleef behouden. Wel werden er een paar grammetjes CO2-uitstoot afgeschaafd met behoud van het vermogen van 68 pk.

citroen-c1-red-grey-front-side-2008-775.jpg

De Citroen C1 werd gaandeweg ook telkens luxer. In 2010 werd de C1 Seduction+ leverbaar, wederom bijzonder kaal, maar in elk geval met stuurbekrachtiging en airconditioning. Voor wie dat zelfs te veel was: de gewone Seduction bleef in het gamma. Belangrijker nieuws waren twee luxe uitvoeringen. Ten eerste de Selection, in feite een Ambiance, maar dan goedkoper en mét airconditioning. Aan de top van het gamma was er de C1 Exclusive, deze had donker getinte achterruiten, een lederen stuurwiel, lichtmetalen velgen en zelfs lederen bekleding. In 2012 word de auto andermaal strak getrokken. Technisch veranderd er bijna niets.

citroen-c1-blue-rear-side-2012-775.jpg

Het grote nieuws komt pas in 2014. Dan staat namelijk de compleet nieuwe Citroen C1 in de showrooms. De auto is herkenbaar aan het zeer bijzondere vooraanzicht, dat gedomineerd wordt door twee grote koplampen, met daarboven twee platte lampen. De auto lijkt daardoor een beetje te fronsen. Aan de achterzijde valt op dat de achterlichten nu vierkant zijn en laag geplaatst. Stuurbekrachtiging is nu standaard op alle C1’s. Er zijn grote stappen gemaakt in het interieur. De C1 is natuurlijk geen reislimousine, maar het is nu iets minder basic.

citroen-c1-red-front-side-2014-775.jpg

Dat blijkt ook uit het aantal leverbare uitvoeringen, want dat is groter dan ooit. Zo is er voor het eerst keuze uit twee benzinemotoren. De instapper is de bekende 1.0 driecilinder met 68 pk, een stapje hoger op de ladder staat de 1.2 PureTech driecilinder met 82 pk. Ook zijn er veel meer uitrustingsniveau’s: Live, Feel, Style Edition, Business en Shine. Zowel de drie- als vijfdeurs C1 zijn te bestellen als ‘Airscape’. Dat is geen volledige cabriolet, maar het is net even wat meer dan een schuifdak. De Airscape heeft een stoffen dak die van voor tot achteren helemaal geopend kan worden. De deuren en alle stijlen blijven behouden, dus qua gewicht en rijeigenschappen heeft het dak geen invloed.

citroen-c1-airscape-grey-rear-side-2014-775.jpg