Merken

De Ford C-Max is een Midi-MPV van Ford.

Ford was er een beetje laat bij met zijn eigen midi-MPV. In de jaren ’90 maakte Renault furore met de Megane Scenic en al snel volgden andere merken zoals Mazda (Premacy), Nissan (Almera Tino) en Daewoo (Tacuma). Toen Opel kwam met de Zafira (met zeven zitplaatsen), wachtte Volkswagen met de Touran om die auto ook ruimte te geven voor zeven inzittenden. Het gekke is dat Ford relatief laat was en met enkel een vijfzits uitvoering kwam. In eerste instantie was Fords midi-MPV vernoemd naar de auto waarop deze gebaseerd was: de Focus.

ford-focus-c-max-concept-grey-front-side-2002-775.jpg

De Ford C-Max werd in 2002 als concept getoond (afbeelding boven), maar was eigenlijk identiek aan de productieversie. De Focus C-Max was de eerste auto die gebruik mocht maken van het nieuwe platform, waar Ford (Focus), Mazda (3) en Volvo (S40) toegang tot hadden. Er was keuze uit twee benzinemotoren (1.6 en 1.8) en twee zelfontbranders (1.6 en 2.0 TDCI). Alleen de 1.6 diesel kon eventueel met automaat geleverd worden, alle andere varianten hadden een handbak. In 2005 werd het programma uitgebreid met luxere varianten, een sterkere benzinemotor (2.0 met 145 pk) en een zwakkere diesel (1.6 TDCI met 90 pk).

ford-focus-c-max-grey-front-side-2003-775.jpg

De eerste facelift wordt toegepast in 2007. De naam ‘Focus’ komt te vervallen, waardoor de auto nu gewoon ‘C-Max’ heet. De originele Focus C-Max was in de nadagen van het ‘New Edge’-design ontworpen, na de facelift had Ford inmiddels de nieuwe ‘Kinetic’ designtaal omarmt. De C-Max viel zo keurig in de pas met de Mondeo en Fiesta. In technisch opzicht veranderde er vrij weinig. Dezelfde motoren waren leverbaar. Er was nu keuze uit drie uitvoeringsvarianten: Trend (basis), Titanium (sportief) of Ghia (luxe).

ford-c-max-red-front-side-2007-775.jpg

De Ford C-Max begon inmiddels op zijn laatste benen te lopen. Dat Ford bezig was met de opvolger was op te merken aan de Iosis-Max conceptcar. Het was een vingeroefening naar een nieuw ‘Multi Activity Vehicle’. De nieuwe Ford ‘Max’ modellen (er was immers ook een S-Max en later zou een B-Max volgen) moesten lichter worden dan voorheen en ook aerodynamischer. Niet alleen voor betere wegligging en rijeigenschappen, maar ook omwille van het verbruik. De Iosis-Max zou zelf niet in productie gaan, maar het was duidelijk waar Ford de inspiratie vandaan had gehaald met de nieuwe C-Max.

ford-iosis-max-concept-yellow-front-side-2009-775.jpg

Die kwam namelijk in 2010 op de markt. De nieuwe C-Max was gebaseerd op de techniek van de eveneens nieuwe Ford Focus. De auto was dus helemaal bij de tijd. Dat bleek ook uit de leverbare motoren. Aanvankelijk waren er nog twee atmosferische 1.6 motoren (105 en 125 pk), maar de eerste EcoBoost motoren deden ook hun intrede. Zo waren er twee varianten van de 1.6 EcoBoost (150 en 180 pk). Voor dieselrijders waren er 4 opties: twee 1.6 TDCI’s (95 en 115 pk) en twee 2.0 TDCI’s (140 en 163 pk). Wederom was een automaat lastig te verkrijgen. Alleen de sterkere dieselmotoren konden optioneel geleverd worden met automatische transmissie.

ford-c-max-green-front-side-2010-775.jpg

Groot nieuws was dat nu, eindelijk, ook een zevensits variant geleverd werd. Net als bij Citroen en Renault zette Ford het woord ‘Grand’ ervoor, Grand C-Max dus. In principe was de auto identiek, maar de wielbasis was aanzienlijk groter: 2,78 in plaats van 2,64 meter. De bagageruimte groeide iets van 432 liter naar 475 liter. Klapte je alle stoelen naar beneden dan was het mogelijk om 1.742 liter mee te sjouwen. Ook de toelaatbare massa was groter bij de Grand C-Max, evenals het eigen gewicht. Gek genoeg mocht je met de de korte variant een 300 kg zwaardere caravan trekken.

ford-grand-c-max-beige-rear-side-2010-775.jpg

Dankzij diverse wijzigingen qua aandrijving en uitrusting bleef de C-Max behoorlijk lang up-to-date waardoor pas in 2015 de auto een facelift moest ondergaan. Het exterieur werd strak getrokken zodat het voldeed aan de laatste designrichting van Ford, waarbij de auto’s juist wat chiquer in plaats van sportiever eruit zagen. De grille was meer bescheiden met chromen lamellen. Qua techniek ging Ford met zijn tijd mee, er waren nu enkel EcoBoost turbomotoren leverbaar. De 1.0 driecilinder was er met 100 of 125 pk, terwijl de 1.6 150 of 182 pk sterk is. Dieselen kon met de 1.5 TDCI (95 pk of 120 pk) of de 2.0 TDCI (150 pk). Automaten en de C-Max blijft toch een dingetje, want ook nu is dat alleen op de 1.5 EcoBoost of 2.0 TDCI te verkrijgen.

ford-grand-c-max-brown-front-side-c-max-red-front-side-2015-775.jpg

De meest duurzame variant komt ook in 2015, namelijk de C-Max Energi. Dit was een plugin-hybride met een Atkinson-cycle benzinemotor (136 pk) en een elektromotor van 120 pk. Het totale systeemvermogen bedroeg 185 pk (de waardes kunnen niet simpelweg bij elkaar opgeteld worden, daar de motoren op andere momenten pieken). Het waren echter niet de prestaties die van belang waren, maar het verbruik. Dat moest namelijk gemiddeld 1 op 50 bedragen, mits je goed gebruik maakt van de laadpaal. De C-Max Energi is gebaseerd op de Amerikaanse C-Max en wereldwijd leverbaar geweest. De C-Max Energi kun je herkennen aan de oranje reflectoren in de koplampen, de badges en het deksel in het voorscherm om de elektriciteit te kunnen laden.

ford-c-max-energi-red-side-2015-775.jpg