De banden van je auto vormen het enige contact tussen jou en het wegdek. Zo nu en dan een kleine controle kan dus geen kwaad. Met deze vijf tips is dat zo gebeurd.

1. Hoe is de conditie van de banden? Is de velgrand ingedeukt? Dan is de bandflank dat waarschijnlijk ook. Zie je zwellingen op de bandflank? Vervang dan direct de band.

2. Klopt de bandenspanning nog wel? Het belangrijkste is dat de twee banden van dezelfde as dezelfde spanning hebben. Kort na een rit is de spanning altijd 0,2-0,3 bar hoger, omdat dan de opgewarmde lucht in de band is uitgezet. Als de auto het zwaar gaat krijgen (lange ritten, zware belasting, aanhangwagen), verhoog dan de bandenspanning ‘koud’ (dus voordat je gaat rijden) met een paar tienden boven de standaardwaarde. Vergeet daarna niet om de spanning weer op ‘normaal’ te zetten!

3. Is er nog voldoende profiel? Wettelijk moet de profieldiepte van je banden minimaal 1,6 millimeter zijn, maar bij zware regenval (met plassen op de weg) is dat niet veilig. Dan bestaat er een verhoogde kans op aqua-planing. Neem daarom 2,5-3,0 millimeter als veilige ondergrens.

4. Slijt de band gelijkmatig? Zo niet, dan is er iets mis. Misschien gaat het alleen om ongelijke bandenspanning, maar het kan ook zijn dat de wielstanden niet kloppen. Recentelijk een stoeprandje of een vluchtheuvel wat te ambitieus meegepakt? Laat je auto rondom uitlijnen.

5. Hoor je tijdens het rijden getik vanonder de auto? En neemt de frequentie daarvan toe naarmate je harder gaat rijden? Dan zit er waarschijnlijk ‘iets’ in het profiel van één van de banden vast. Rijd daar niet te lang mee door! Het kan om een kiezelsteentje gaan, maar ook om iets scherps. Pruts het er met de hand of anders met een mesje uit, voordat het schade kan aanrichten.