Rijtest

De nieuwe Ford Mustang is een succes in Europa, maar moet je er een Duitse coupé voor laten staan? We zochten het uit met de onlangs gefacelifte Mustang.

Een iets lagere motorkap, bredere sideskirts en licht gewijzigde neus en achterzijde. Het is geen ingrijpende facelift, maar het échte nieuws vinden we dan ook onder al dat fraaie plaatwerk. Het interieur is iets aangepast, met een gewijzigde middenconsole, nieuw infotainmentsysteem en een 12 inch digitaal instrumentenpaneel. In dat instrumentenpaneel kan je kiezen uit diverse weergaven, al dan niet passend bij de op dat moment actieve rijmodus. Bovendien is het nieuwe Sync 3 systeem van Ford geïnstalleerd, met daarin onder andere Apple CarPlay geïntegreerd. Niet het meest briljante systeem, maar het werkt.

Er zijn twee motoren beschikbaar. We reden eerst met de 2.3 EcoBoost viercilinder. Door installatie van een benzinepartikelfilter is het vermogen teruggebracht naar 290 pk, met de automaat is de sprinttijd naar 100 echter gelijk: 5,8 seconden. Het blok mist wat snelheidssensatie bij vol doorhalen in de rechte lijn, maar komt beter tot zijn recht bij het echte bochtenwerk, mede dankzij het koppel van 440 Nm. De automaat is niet onze favoriet, als je hem zelf laat kiezen is hij soms wat twijfelachtig, terwijl zelf flipperen bijna RSI oplevert door de vele versnellingen. Het wordt echter goedgemaakt door het magnetisch aangestuurde onderstel MagneRide, dat fantastisch werkt. Leuke partytrick: je kunt met Linelock de achterbanden van de 2.3 nu ook oproken, iets wat eerder alleen bij de 5.0 V8 mogelijk was.

ford-mustang-rijtest-side.jpg

Over die 450 pk sterke V8 gesproken: dat is het snoepje. Hij stuurt misschien iets minder scherp dan de EcoBoost, waarschijnlijk door de extra kilo’s in de neus, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het geluid, het enorme koppel (592 Nm) en de snelheidssensatie. In 4,2 seconden naar de honderd schieten is het soort prestatie dat bij dit soort auto’s wenselijk is. De auto die wij rijden is uitgerust met de handbak, wat het rijden ook een stuk relaxter maakt, maar uiteraard wel gevolgen heeft voor de CO2-uitstoot en dus de prijs. De 2.3 EcoBoost is verkrijgbaar vanaf 69.620 euro, deV8 start bij 111.840 euro. Vergelijk de prijzen maar niet met die in de Verenigde Staten, daar kost deze auto ongeveer net zoveel als een Volkswagen Golf GTI.

De gehele rijtest lees je op autoblog.nl, of bekijk de video hieronder.

https://www.youtube.com/watch?v=6NbPkDE4wJc